…maar lest best! Overwegingen aan het eind van alweer een seizoen
Over vandaag de dag
Als je zoals ondergetekende een leeftijd bereikt, dat je zelfs niet meer als senior te boek staat, maar het odium “bejaarde” krijgt opgespeld; of, nog pregnanter-als ouwe “jeweetwel” door het restante leven mag gaan, word je door andere krasse en zelfs al iets mindere ouwe knarren vaak geconfronteerd met de verzuchting dat “het tegenwoordig maar een zooitje is en het vroeger toch allemaal stukken aangenamer en beter met de mensheid was gesteld”. En dat wordt dan gevolgd door een litanie aan geklaag over de huidige manier van leven van die mensheid. In een maatschappij -want “samenleving” is geen modewoord meer- waar door het Ego (“IK eerst”) de toon wordt gezet. Dat het: “willen hebben”, het “willen geven” overklast; de lontjes steeds korter worden en de bucketlist met wensen des te langer. En nog veel meer van dat zelf-en hebzucht gekleurd gejammer. Om dan tenslotte het bewijs te leveren met de slogan: “nee hoor dat was vroeger allemaal een stuk beter, wij hadden nog wat over voor elkaar, het was laten we zeggen menselijker, amicaler, haalden het bijvoorbeeld niet in ons hoofd om bij onze club een training of wedstrijd over te slaan en moet je nu kijken…..ze doen maar”
Om daarna vergenoegd achterover te leunen en op de IPhone een actueel Selfie te laten zien met op de achtergrond een nieuwgierige olifant ergens ver weg in Afrika….
Over vroeger
Nu is er in de relatief korte periode dat uw chroniqueur van AMVJ 1 op dit ondermaanse ronddrentelt wel een heleboel op zijn kop gezet, maar of het vroeger -ik heb het vooral over de eerste twintig jaar na de geboorte van deze babyboomer (1947)- nou allemaal beter was dien ik -als ervaringsdeskundige- toch te betwijfelen.
Een paar voorbeelden: op de lagere school werd er nog schrijfles gegeven met de kroontjespen en het in je bank verzonken inktpotje. Ik ging met mijn vader regelmatig naar het badhuis in de Zocherstraat omdat er in de Zeilstraat, waar we op driehoog woonden, geen bruikbare reinigingsplek voorhanden was. Behalve in een ijskoude keuken met dito fonteintje. De eerste geiser was al een hele verbetering maar ja, je in een teiltje voor het aanrecht te moeten wassen was ook geen echte luxe. En als de gas-en licht muntjes op waren zat je er in de winter toch bepaald niet lekker knus en warmpjes bij.
Een wondertje was de komst de eerste bakelieten telefoon en wie het kon betalen kocht een knots van een TV. Zoals mijn ome Hendrik, die op woensdag de buurtkinderen liet meekijken naar Dappere Dodo en ook voetballiefhebbers binnenliet om de eerste -lang niet storingvrije- interlandwedstrijd op diezelfde TV in zwart-wit te aanschouwen.
Later ging ik met tram naar de Meer- het oude Ajax domein-om angstig het “hoempa-hoempa” met de tram door de eerste hooligans te trotseren. Het eieren gooien naar van Breukelen was dan misschien nog een milde versie van wat er tegenwoordig aan gekte gebeurd, maar grappig bedoeld was het ook toen niet. Ik herinner trouwens me niet dat de mensen toen echt zo liefdevol met elkaar omgingen.
Immers, het geroddel en gepest was toen niet van de lucht en had een rijdende rechter die burenruzies diende op te lossen ook niet misstaan….Van plofkraken was nog geen sprake, maar een bankoverval door vrij jeugdige gasten staat me nog helder voor de geest.
Aan de andere kant was het eerlijk gezegd soms ook wel een lollige tijd: leuk was het bijvoorbeeld wel dat meerdere vaders van ons AMVJ -welpenelftal uit die tijd- ik was 10 jaar- stonden te dringen om ons te coachen, te vlaggen en/of te fluiten….. Clubbinding en vrijwilligerswerk door ome Jan en Tante Marie was in de voetballerij een normaal verschijnsel. Laat ik zeggen dat-als ik dan toch een vergelijking moet maken: het toen allemaal wat kneuteriger was en -vaak gedwongen door de omstandigheden- veel minder gehaast. (geen computers, geen deadlines, geen efficiencydruk op de ketel etc.)
Conclusie na deze uit de hand gelopen inleiding: Beter dan nu was het vroeger niet, anders dan het vandaag de dag is, was het wel degelijk. Met het “ heel anders nu! ”, hebben we met z’n allen wel te dealen. Dus is een klaagzang zinloos, want dat lost niks op.
Aanpassing gevraagd
Als ik me vanaf hier beperk tot de voetballerij en in het bijzonder tot de rol van onze 103-jarige vereniging “ is de uitdaging van vandaag hoe een passend antwoord te vinden op de ontwikkeling dat we als club tegenwoordig sterk te maken hebben met de invloed van het feit dat “de Agenda van het individu Regeert”; en in het kielzog daarvan het gegeven van de overvloed aan keuzes om tijd te spenderen “zoals Mij dat uitkomt”.
In dat hele spectrum van activiteiten en andere verplichtingen heeft het lidmaatschap van de vereniging (inclusief trainingen en wedstrijden) geen vaste omcirkeling meer in de agenda’s van een toenemend aantal leden en/of hun ouders/verzorgers.
Het zou te ver gaan om vast te stellen dat we inmiddels een bedrijf(je) zijn geworden dat geheel vrijblijvend voetbaldiensten aanbiedt, maar in het verloop van de naoorlogse decennia is de tendens van “zelfbeschikking” wel behoorlijk toegenomen.
En dan nemen we nog maar voor lief dat de regeldruk van buitenaf (overheden/ bonden) steeds meer voor het nodige extra werk heeft gezorgd.
Als club hebben we het geluk dat we nog een behoorlijk aantal echte vrijwilligers hebben die hun zeer gewaardeerde hulp leveren. Maar ook op dit front wordt de vraag om een toegestane vergoeding meer en meer gesteld. Een kijkje in onze financiële huishouding levert het bewijs daarvan. Een kijkje op de site levert ook een beeld op dat we nog best wat vacatures hebben op uiteenlopende onderdelen van de verenigingsorganisatie.
Kortom: werk aan de winkel en vertrouwen houden dat we er in zullen slagen de juiste oplossingen te vinden; met behoud van het eigen karakter van onze vereniging waarbinnen plezier en prestatie en verbondenheid tussen de leden heel goed samen kunnen blijven gaan in een totaal andere wereld dan vroeger. Die ambitie is en blijft belangrijk, want zoals mijn goede oma vroeger al zei: “doe maar gewoon zoals je bent dan doe je al (te) gek genoeg”.
Het zij ook gegund aan alle clubs waar dan ook die min of meer in het zelfde schuitje zitten.
Lest best
Tja en dan werd er ook nog “gewoon” gevoetbald door Bordeauxrood.
Ook hier zou ik een vergelijking kunnen maken met vroeger, maar genoeg is genoeg.
Verwacht ook geen analyse van de merkwaardige rollercoaster van dit door mij als “vat vol tegenstellingen” al in een eerdere bijdrage betitelde Hees cohort.
Afgelopen zaterdag was de apotheose van een miserabel begonnen competitie, maar een veel beter deel na de winterstop. Met wel weer dompers maar ook onverwachte “wondertjes”.
In de laatste pot tegen BSM kon er weliswaar niet meer rechtstreeks worden gedegradeerd, maar was de nacompetitie niet uitgesloten.
Omdat de meeste puntjes behaald waren in uitwedstrijden op kunstgras werd besloten het groene thuisgras te laten voor wat het was en het eigen kunstgras voor het eerst als strijdperk te bestemmen.
Het was echter van het begin af duidelijk dat de druk er behoorlijk op zat. Van de tegenpartij wel te verstaan want de eerste vijftien minuten waren die de baas op het veld. Gelukkig waren twee opgelegde kansen aan hen niet besteed. En ook gelukkig herpakte het Heesteam zich daarna en begon mee te voetballen. Het was niet fraai wat er vertoond werd maar doelmatig was het vertragende rondspelen wel. Aanvallend lukte er echter weinig en de twee spitsen beginnen naam te krijgen, want ze werden uiterst scherp in de gaten gehouden.
De rust kwam met een van Turenhoutje (0-0)
Na de rust dreigde het weer naar de kant van BSM uit te pakken. En nu met meer effect want een goed uitgevoerde counter en een compleet afwezige defensie van Bordeauxrood leverde de 0-1 op. Nog niks aan de hand want volgens de berichten keek de concurrent op de lijst elders al tegen een bijkans hopeloze achterstand aan.
En al vrijwel klaar toen al snel daarna youngster Abel de Groot een assist mocht verzilveren met zijn allereerste goal in de hoofdmacht. (1-1)
Even kwamen er nog wat alarmberichten van buiten toen de concurrent blijkbaar teruggekomen was tot op één doelpunt. Maar de lucht klaarde letterlijk weer op toen er alsnog vrij fors verloren was.
En aangezien aan de stand op het Loopveld niets meer veranderde was het wonder van behoud van de vierde klasse een feit. Nog een beetje verbouwereerd liepen de boys naar de kleedkamer, maar daar sloeg de stemming danig om. (zie het filmpje). Iedereen blij en terecht!
Ook bij Coach Daan, realist als altijd want vond het een matige pot- kon er een brede smile af over de afloop.
En tenslotte werd een blije Abel definitief ingewijd met een “ingetogen besprenkeling”
En zo kwam een mooi slot aan een bewogen seizoen voor het AMVJ 1 en voor de club.
Ik wens iedereen een hele mooie en fijne zomer met een oprechte knuffel van
Dirk