136x gelezen

Over vrijblijvendheid, lijdzaamheid, verslagenheid en….de ondergrens

Het was eindelijk lekker voorjaarsweer. Onder een vriendelijk zonnetje en voortgestuwd door een mild briesje bereikte ik tijdig het fraaie complex van de FC. Weesp. Gelegen in de nog steeds gelijknamige plaats, maar wel sinds een fusieachtig concept vorig jaar tot een soort stadsdeel van Amsterdam geworden.

Ik hoop dat ze zelf ook nog voor het onderhoud mogen zorgen. Want de grasmat zag er mooi geschoren en redelijk vlak uit. Dus mocht worden aangenomen dat er echt op gevoetbald kon worden in plaats van een nieuwe hotseknotspartij zoals thuis op het Loopveld.

Maar daarover straks meer.

Wat me opviel was, dat het er wel behoorlijk stil was. De kantine zou een kanonschot goed kunnen verwerken en ook op de hybride tribune was voor, tijdens en na de wedstrijd niet veel volk te bekennen.

Maar juist dan schiet de voorzienigheid een mens te hulp door een voor mij onverwacht weerzien met Martin Steenvoorden. Veel vroeger ontmoet als zeer aanwezige trainer van WVHEDW en tegenwoordig druk bij de FC. in de sfeer van opleidingen. Aardige vent.

Natuurlijk gaat het dan over vroeger en veranderende tijden. Wat dat laatste betreft kon ik hem een concreet beeld schetsen over de ten opzichte van vroeger tijden sterk toegenomen vrijblijvendheid bij het toch nog steeds als teamsport te boek staande voetbal.

Maar wanneer, zoals bij Bordeauxrood, de selectiespelers niet worden betaald, ze geen contract met allerlei verplichtingen onder de neus wordt gehouden, zij dus in feite gewoon lid worden om als vrijwilliger met andere maatjes gedurende de competitie “samen lekker te ballen en het beste ervan te maken”.

In organisaties buiten het voetbal die veel met vrijwilligers werken heb al geleerd dat de slogan:”vrijwillig betekent nog niet: vrijblijvend”, al lang aan de nodige erosie onderhevig is. Het is niet als verwijt bedoeld maar als onderdeel van een tijdsbeeld dat ook bij selectievoetbal op vrijwillige basis andere keuzes voorrang krijgen.

Het “IK” gaat vóór het “Wij” om zo te zeggen. En daar hebben trainers/coaches en het team maar gewoon rekening mee te houden.

Die tendens naar voorrang voor het eigenbelang is in de voorbije decennia allengs zo gegroeid. Ik heb zelf jaren geleden als coach van een zeer begaafd eerste team van de club meegemaakt, dat een veel scorende spits vlak voor het begin van de competitie de leiding laconiek meedeelde dat hij “het eerstkomende half jaar op wereldreis zou zijn…..”

Ik ben er dus aan gewend geraakt. Maar het blijft toch jeuken als je hoort dat in de redelijk penibele situatie waarin mijn nog immer dierbare Kumar Cohort momenteel verkeert, er op het scheivlak van de nacompetitie toch weer de nodige vakantiegangers zijn. Mannen die bovendien tot de vaste startentourage van de coach behoren.

Tel daar een tweetal schorsingen (uit de basis) en nog de nodige blessuregevallen bij op en je beseft dat er opnieuw een soort cryptogram qua startopstelling door Kumar en Co moest worden opgelost.

Desalniettemin bleef het vertrouwen in de goede afloop tegen een lager geplaatste tegenstander levend. Er moesten en zouden in de laatste drie potjes negen punten worden gescoord. Dat een ieder van basis en wissels daarvan zeer doordrongen was, kan geen twijfel lijden, gezien de voorbereidingen en onderlinge peptalks via de apps en dergelijke. En uw chroniqueur van dit keer treurigheid rond Bordeauxrood, is ervan overtuigd dat de crew voornemens was om zijn stinkende best te doen.

Maar het resultaat was helaas dramatisch.

Want vanaf de beginfluit van de jongeheer P. Sturkenboom, lukte het AMVJ nauwelijks om enige grip op de pot te krijgen. Tegen een tegenstander die begrijpelijkerwijs achteruit leunde, maar wel fel op de bal zat en met countertjes gevaarlijker werd dan de Bordeauxrode spitsen klaarspeelden.

Aanvallend niet gretig genoeg, veel onnodig balverlies en verdedigend niet altijd scherp: een korte opsomming van wat zich aan het oog van de drie man sterke AMVJ getrouwe zijlijn afspeelde (of liever: aanrommelde).

Nadat door een onnodige struikelpartij ruim baan werd gegeven om een open kans te benutten (1-0), zag je als het ware de lijdzaamheid diep toeslaan in het Kumar team. Een heus laten we zeggen: Cillessen-cadeautje van de tweede kiep, maakte het er bij rust bepaald niet vrolijker op (2-0).

Blijkbaar ferme en opbeurende taal tijdens de theepauze leek het nodige effect te hebben begin tweede helft. Maar toen in korte tijd zeker drie loeiers van kansen behoorlijk knullig om zeep werden geholpen, zakte het peil langzaamaan weer behoorlijk onder “Weesper peil”. Een ploeg die steeds frisser, scherper en speelser ging ballen.

Ook wissels hielpen niet meer. Maar echte verslagenheid maakte zich van het team meester toen het na een randje van buitenspelgeval (of niet) ook nog 3-0 werd.

Kort samengevat:

Tot het eindsignaal moest de gifbeker van een dolend elftal helemaal leeg gedronken worden. En was Eén op weg naar de kleedkamer collectief door de vermaledijde ondergrens naar de nacompetitie gezakt.

Er is een spreekwoord dat zegt: “als je helemaal op je rug ligt en je doet je ogen open kan je het licht weer zien en ga je weer op pad.”

Dat optimisme, die daadkracht en strijdbaarheid wens ik trainers en team in ieder geval de komende twee potjes om des keizersbaard toe.

Want ook al is er geen direct klassebehoud meer aan de orde, vertrouwen tanken voor het zure door de KNVB bereide toetje geeft samen de moraal om volgend seizoen gewoon weer in deze aardige en onvoorspelbare tweede klasse aan de bak te kunnen.

Een natuurlijk erg teleurgestelde coach Kumar was dat gelukkig eens met

Dirk