131x gelezen

Kermis in de Hel

“Kijk, het is weer es kermis in de hel!” Die gedenkwaardige woorden sprak mijn wijze maar tevens lichtbijgelovige oma zaliger steevast wanneer, als vrij zeldzaam verschijnsel in het grillige Hollandse zwerk, een vals scherp zonnetje de ogen verblindde tussen een dreigend gestapelde wolkenhemel door, terwijl diezelfde wolkenmassa het tegelijkertijd pijpenstelen deed gieten. Wat het gezegde precies betekent is mij nooit geheel duidelijk geworden maar het zal wel iets te maken hebben met “dingen die niet vaak samen voorkomen”( tegelijk regen en zon en vrolijkheid in de hel)
Aan dat spreekwoord moest ik onwillekeurig denken toen ik mijn karretje ternauwernood had kunnen stallen tussen de schreeuwerig jankende herrie van een redelijk uit de kluiten gewassen kermis die de parkeerplaats van het sportpark vrijwel bedekte en het hoofdveld van de VV. Aalsmeer: een grasmat die tot op de dag van vandaag voor Bordeauxrood de gelijkenis met de hel
wel degelijk vermocht te doorstaan. Want bij mijn weten werd er daarvandaan nog nooit een puntje voor die poorten weggesleept. Altijd weer belandde Amvj Eén er van de regen in de drup en kwam het van een kouwe kermis steeds weer puntloos thuis.
Ik hoopte oprecht dat al dat spreekwoordelijk gedoe vandaag eens een keer voor de thuisploeg zou mogen gelden. In de eerste plaats omdat ik natuurlijk fan van de Mauricemeute ben. Vervolgens om eindelijk verlost te zijn van de mythe dat bij Aalsmeer niet te winnen valt; en in de derde plaats om voor het oog van de camera van “het Amsterdamsch Voetbal” (mooi initiatief Mathijs Groenewoud en kompanen!) de jonge ploeg zijn niet geringe visite kaartje te zien afgeven.
Maar eigenlijk vooral om eens en voor al het bewijs geleverd te zien, dat pure onbezoldigde liefhebberij het ook in de tweede klasse van relatief grootkapitaal kan winnen.
En ziet, een uur lang leek het erop dat al die wensen en verwachtingen zouden gaan uitkomen.
Een gedreven en fel op de bal jagend Eén liet de tegenstander weinig gelegenheid om in het eigen ritme te komen. Verdedigend stond het allemaal prima op de zompige Aalsmeerse hobbelmat.
En ook aanvallend werd er ruim voldoende geacteerd. Zonder al te groot chauvinisme telde ik qua kansen tenminste een drie –één voorsprong voor Eén bij rust. Maar ondanks dat en het voetballende overwicht kwam de thee met het befaamde “frits-van turenhoutje” (nulll-nullll).
Alles wat van AMVJ langs de kant stond ging er daarom voor het tweede bedrijf nog maar eens lekker voor zitten, staan of hangen. “Nog even wat meer gogme bij balbezit en nog wat gretiger in de omschakeling en afronding en de hel zou dan toch eindelijk in de hemel moeten veranderen”, zo luidde de vertrouwenbulkende opinie van de Bordeauxrode zijlijn.
Het eerste kwartier na rust leek dat optimisme nog ruimschoots te wettigen, zij het dat opmerkzame AMVJ-watchers toch met enige zorg allengs wat grotere sleetplekken in de zorgvuldigheid van passing en pressing ontdekten. En ook met de doelgerichtheid was het niet meer zo Paletti als in de eerst vijfenveertig minuten. Maar erg zorgelijk was het allemaal ook weer niet, temeer omdat ook Aalsmeer nog weinig van zich had laten spreken en hun niet geringe aanvallers behoorlijk aan de banden bleven van de Amvj defensieven.
Tot een halfuurtje voor tijd te frequent balverliezend geknoei aan Amvj zijde de tot dan toe nauwelijks gevaarlijke spits van de blauw witten vrij baan gunde om op te rukken en van toch gauw een metertje of 25 en out of the blue een pegel produceerde die Kiepie alleen maar heeft horen fluiten. Die helse domper was het breekpunt in de pot. Vanaf dat moment werd het pikdonker op het gedeelte dat door Bordeauxrood (nauwelijks meer) werd verdedigd en regende het doelpunten als pijpenstelen. Rond het domein van de Aalsmeer goalie scheen daarentegen steeds feller het overwinningszonnetje. Kortom het was toch weer weinig kermis en veel hel geworden voor de boys van coach Maurice. De vier- nul eindstand die na het laatste fluitsignaal van Peter Hilgers de uitstekende akkerbouwende scheids (of omgekeerd) op het bord stond was wellicht wat al te uitbundig, maar misschien een wel een harde les dat een potje toch echt 90 minuten duurt en dat het van weinig mentale hardheid getuigt om na een eerste tegenslag de pijp (enstelen) maar direct aan Maarten te geven. Kortom: nog veel te leren met elkaar, maar daarom niet te lang getreurd. Dus lekker doorballen met z’n allen, want gelukkig is het maar zelden kermis in de hel!
Dirk